Over mij
De lijn ertussen.
Ik ben Alexander. Al bijna twintig jaar werk ik op het snijpunt van technologie en de fysieke wereld. Van machines en elektronica tot software, IoT en AI. Hier schrijf ik over wat ik onderweg tegenkom, wat ik ervan leer en waar ik denk dat het naartoe gaat.
Je was gebleven bij .Verder lezen →

Vandaag
Waar ik vandaag mee bezig ben.
Technologie die fysiek wordt
Ik ben vooral geboeid door technologie die verder gaat dan een scherm. Producten die verbonden worden. Machines die data genereren. AI die niet alleen tekst schrijft, maar ook iets ziet, meet of aanstuurt. En vooral: wat bedrijven en mensen daar in de praktijk aan hebben.
Waarom opnieuw bloggen?
Ik blogde voor het eerst in 2011. Niet met een groot plan, maar omdat ik graag deelde waar ik mee bezig was en wat ik interessant vond. Daarna is het stilgevallen. Vijftien jaar later heb ik opnieuw genoeg dingen waarover ik wil schrijven.
Dus beginnen we gewoon opnieuw.
Hoe ik hier terechtkwam.
Het begon met elektromechanica. De rest is er gaandeweg bijgekomen.
Hoofdstukken
In 2006 liep ik stage bij een bedrijf dat landbouwmachines bouwde. Mijn opdracht: machines op het veld volgen via een mobiele verbinding en de data zichtbaar maken in een webapplicatie.
Achteraf bekeken zat daar eigenlijk al veel in van wat me vandaag nog altijd interesseert: een fysieke machine, elektronica, connectiviteit, software en iemand die er iets mee moet kunnen doen.
Sindsdien ben ik in heel wat andere werelden terechtgekomen. Softwareontwikkeling, samenwerking, IoT, ondernemerschap, industrie, elektronica en vandaag steeds meer AI. Niet volgens een uitgestippeld plan. Het ene heeft gewoon telkens naar het andere geleid.
De fysieke wereld als vertrekpunt.
Ik groeide op in West-Vlaanderen en koos voor elektromechanica aan de KHBO in Oostende. Elektriciteit, mechanica, elektronica en uiteindelijk ook software.
Niet omdat ik toen al wist wat ik ermee wilde doen. Ik vond het gewoon interessant om te begrijpen hoe dingen werkten. In 2006 studeerde ik af, met onderscheiding.
Machines op het veld.
Die stage was bij Perdu NV. Op de machine draaide J2ME. De data ging over EDGE en GPRS, de mobiele netwerken van toen, naar een webapplicatie met een SQL-database. Dat EDGE had trouwens niets te maken met edge computing.
Mijn thesis over het project won een innovatieprijs in West-Vlaanderen en de BATO-prijs. Daarna bleef ik bij Perdu als application engineer, onder meer rond diagnose op afstand.
Begin 2009 werkte ik als software engineer bij CNH in Zedelgem, voor de BigBaler-productlijn. Alles draaide er rond ISO 11783, de standaard waarmee een tractor en een werktuig met elkaar praten. Testen gebeurde op het veld, naast de machine.
Software, teams en een eerste blog.
In maart 2009 stapte ik over naar Indie Group, het bedrijf achter CogniStreamer: een platform waarop mensen in een organisatie samen ideeën uitwerken. Geen machines meer, wel veel gebruikers met elk hun eigen manier van werken. Vanaf 2011 leidde ik er het ontwikkelteam.
In september 2011 begon ik te bloggen. Een van de eerste posts ging over waarom Scrum bij ons niet werkte. We werkten aan meerdere producten tegelijk, deden klantenwerk en support, en dat gooide elke sprintplanning overhoop. Twee weken later schreef ik hoe we het met Kanban aanpakten.
Dat bloggen bracht me ook ergens. Ik werkte mee aan de Practical Kanban Guidance van de ALM Rangers en sprak in 2012 bij RealDolmen, waar ik toen werkte, op het launch-event van Visual Studio en TFS 2012. Tegen februari 2013 stonden er 55 posts online. De meeste tools waarover ik toen schreef, zijn intussen vervangen.
Van software naar ondernemen.
In 2013 begon ik bij Cronos. Rond die tijd begon iedereen over Internet of Things te praten. Voor mij voelde dat niet helemaal nieuw. Het was wat ik in 2006 op het veld had gezien, maar nu met betere hardware, goedkopere connectiviteit en de cloud erbij.
Eind 2014 richtten Frederik en ik Aptus op, als deel van de Cronos-groep. In het voorjaar van 2015 sprak ik op MonkeyTalk over mobile health, al als Strategic Partner Aptus.
Twaalf jaar Aptus.
In 2015 begon Aptus. Wat startte als een klein bedrijf waarmee we interessante IoT-projecten wilden bouwen, werd uiteindelijk twaalf jaar van mijn professionele leven.
2015
Business Center Stede 51, Harelbeke
Gewoon beginnen.
Frederik en ik wilden “iets” doen met Internet of Things. Hij werd CTO, ik CEO. In maart 2015 zaten we in een klein kantoortje in Business Center Stede 51 in Harelbeke. Een topplaats, echt waar. We zijn daar vier keer van kantoor veranderd.
Waar het geld zat, of waar we echt iets konden betekenen, wisten we in het begin niet. IoT was een buzzword en we konden veel. Dus deden we dat ook: projecten in heel verschillende sectoren, zonder te kiezen voor één domein.
Hoe we onszelf toen omschreven, in het West-Vlaams:
“Nen technischen die der vele van weet en intje diet kan verkopen, maar wél met ne technische rugzak daj nie vele ku wijsmaken.”
300
maskers voor Q-music
Q-Masquerade
Driehonderd maskers en één knop.
Voor Q-music en eventbureau Twice bouwden we Q-Masquerade, een soort Tinder in het echt. Deelnemers vulden vooraf een uitgebreide vragenlijst in. Met een algoritme dat we samen met een expert uit Blind Getrouwd opstelden, berekenden we de matches.
Die matches kwamen op een masker dat we volledig zelf ontwikkelden. Eigen hardware met BLE en infrarood, zo klein en licht mogelijk, want je moet het de hele avond dragen. De 300 behuizingen kwamen uit onze eigen 3D-printer.
Op het event zelf lag de go-live van alle 300 maskers in handen van Marvin, die op “de knop” moest duwen. Veel love stories heeft dat bij ons team niet opgeleverd. Marvin, nog altijd bedankt.
2018
High-Five
Van Oostende naar Harelbeke
High-Five.
High-Five begon in 2017 als een klein projectje in Oostende, toen nog onder de naam “fit naar school”. Op 21 september 2018 lanceerden we het officieel in de Centrumschool in Harelbeke.
Het idee is eenvoudig. Kinderen die te voet of met de fiets naar school komen, sparen punten. Langs veilige schoolroutes staan palen waar ze een high five geven en hun badge wordt gescand. Fietsen krijgen een sticker die automatisch wordt gelezen.
High-Five draait intussen als eigen bedrijf, op meer dan 300 basisscholen in Vlaanderen en Nederland. Aptus leverde de toestellen en de software.
Wat ik er zo goed aan vind: van de technologie merk je bijna niets. Een kind geeft een high five aan een paal. Al de rest is ons probleem.
2019
Projecten en producten
Iets bouwen dat elke dag moet werken.
Begin 2019 deden we nog alleen projecten. Een jaar later kwam ongeveer 20% van onze omzet uit eigen producten: High-Five, MobiCount en HeatDisplay. MobiCount telt voertuigen en fietsers, werkt energieneutraal en stuurt die tellingen real time naar de cloud.
Een product was voor ons een fysiek ding dat slim wordt door software. Elektronica, firmware, connectiviteit, cloud en een app, allemaal van ons. Dat is iets anders dan een prototype dat één keer werkt in een demo. Het moet honderden keren hetzelfde doen, op plaatsen waar jij niet naast staat.
Ik wou dat productaandeel omhoog. Niet om minder projecten te doen, maar omdat ik de omzet beter voorspelbaar wou. Corona en een projectbedrijf dat leeft van innovatie bij bedrijven en overheden: dat gaat niet goed samen in één zin.
2020
Van twee naar bijna twintig
Een bedrijf op zoek naar structuur.
Na vijf jaar waren we met bijna twintig. Die groei gaf groeiproblemen, en die zijn eerlijk gezegd nooit helemaal weggegaan. We waren van een bedrijf zonder structuur een bedrijf geworden dat op zoek was naar structuur.
Een goed product bouwen en een goed bedrijf bouwen zijn twee verschillende dingen. Naast de technologie was er plots ook sales, marketing, kwaliteit, offertes, planning en cashflow. En mensen die op je rekenen.
In 2020 bundelden we wat we konden in zes domeinen, want zes domeinen uitleggen is simpeler dan honderd technologieën. We splitsten Aptus ook op in Smart Business, Smart City en Smart Innovation, omdat verkopen aan een bedrijf echt iets anders is dan verkopen aan een stad. Het bracht rust in mijn hoofd. Voor even.
IoT
en alles wat daarna kwam
Andere woorden, dezelfde vraag.
Toen we begonnen was IoT vooral een hype. Daarna kwamen LPWAN, 5G, edge computing en vision AI. We ontwierpen elektronica voor klanten, van een battery management system tot e-paper en energy harvesting. We bouwden Aptus Connect en later EdgeFlow, om data uit fysieke bronnen via een edge device naar de cloud te krijgen.
De woorden veranderden om de paar jaar. Wat klanten vroegen, veel minder. Niemand zocht ooit IoT of edge computing. Ze zochten iets waardoor ze efficiënter werkten, of waarmee ze hun beleidsdoelen haalden. De vraag was dus altijd: wat kunnen we hiermee maken dat echt nuttig is?
104
projecten in twaalf jaar
2026
De deur dicht.
In 2026 trok ik na twaalf jaar de deur van Aptus achter mij dicht. Toen ik begon was ik een twintiger, nu een veertiger.
Voor mijn afscheidsbericht scrolde ik door oude foto’s, pitches, screenshots van eerste demo’s en beelden van beurzen. Ergens tussen die beelden van 2015 en nu dacht ik: we hebben verdorie wat gebouwd. Van embedded hardware tot cloudplatformen en alles daartussen. Samen met heel goeie collega’s en klanten.
Twaalf jaar is niet zomaar een vorige job. Daarvoor zit er te veel van jezelf in.
En nu?
Vandaag zit ik opnieuw dichter bij verschillende bedrijven, technologieën en vraagstukken. Ik werk weer veel rond de combinatie van hardware en software. Rond verbonden producten, productieomgevingen, edge computing en AI.
Het verschil met vroeger is misschien dat ik breder kijk. Vroeger was de eerste vraag vaak: kunnen we dit bouwen? Nu komen daar andere vragen bij. Waarom bouwen we dit? Voor wie? Welke data is echt nuttig? Wanneer helpt AI iemand vooruit? En werkt het ook als het buiten het labo terechtkomt?
Over dat soort vragen wil ik hier schrijven. Niet als analist aan de zijlijn, maar vanuit de dingen die ik zelf tegenkom.
Iets te zeggen?
Een andere kijk op iets wat ik schrijf? Iets interessants waar ik eens naar moet kijken? Of gewoon zin om verder te praten?
Stuur me gerust iets.